Column tijdens opening GBK tentoonstelling in het Openluchtmuseum

Jullie, en dan heb ik het even over de aanwezige kunstenaars, jullie zijn de eerste schakel in een culturele productielijn. En jullie maken niet zo maar iets, jullie maken iets dat stuitert en op zijn kop zet, iets dat prikt en tergt, iets dat de adembeneemt en dondert en bliksemt… kunst dus, en dat ontstaat allemaal uit niets. Nouja, je hebt voor die steeds terugkerende bovenmenselijke godenschepping wat materie nodig. En achter jullie aan komt een uitdijende menigte die zijn brood verdient met jullie werk, of ertegen schopt of er gewoon van geniet. Allemaal min of meer zoals het hoort, maar dan gaat het ergens mis: als het op overleven ofwel betalen aankomt, zijn jullie opeens de laatste schakel in de voedselketen.

Neem de subsidiecarrousel die is uitgevonden om de kunstenaar in leven te houden. Je krijgt er meteen een dubbele baan bij om één plakje van die koek in de wacht te slepen. Hier in het Openluchtmuseum staat een originele Gelderse papiermolen maar de echte Gelderse papiermolens staan in de jungle van de subsidiënten waar je de aanvragen en motivaties en werkplannen en begrotingen moet inleveren. Hopen op een overlevingspremie die je pas krijgt als de hele achtbaan van adviescommissies, hoorzittingen en beroepsprocedures en het lobbyen hebt uitgezeten. Alsof kunstenaars de hele dag niets beters te doen hebt dan met lego te spelen. Nee ik benijd jullie niet: en zeker niet als je ziet dat de kloof tussen de arme en rijke kunstenaars hilarische afmetingen aanneemt: drie jaar geleden betaalde een Mexicaanse geldbuidel een vriendenprijsje van 140 miljoen dollar voor een werk van jullie niet onverdienstelijke collega Jackson Pollock. Met één schilderij van deze verfmorsende geluksvogel, bij iedereen beter onder de naam Jack the Dripper bekend, overstijg je de staatsbegroting van een klein Afrikaans ontwikkelingsland. Voor dat bedrag kun je deze hele eeuw alle Sonsbeektenstoonstellingen financieren. Of daar kun je alle kunstenaars in Gelderland e.o. een levenslange reisbeurs van geven, hoeven ze tenminste niet meer te emigreren. De smart even delen? In mijn eigen branch de misdaadliteratuur kom je hetzelfde verschijnsel tegen. Auteurs die niet significant beter of juist slechter schrijven dan honderden andere misdaadschrijvers lopen vrolijk weg met de hoofdprijs uit het bestsellercasino. Tot voor een paar jaar zette Baantjer in zijn eentje meer om dat alle Nederlandse collega’s bij elkaar. Van de week is er een KLM-Boeing verdwenen, in de Bermudadriehoek, (nee, niet serieus, dit is een anekdote uit ons misdaadwereldje). Het was een vakantievlucht van Schiphol naar Florida. Er wordt gezocht naar overlevenden. Het aantal slachtoffers is onbekend maar reddingsboten hebben op de plek des onheils wel al… 278 exemplaren van de Da Vincicode uit het water gevist.
Overleven dus. Zullen we het niet hebben over de galerieën die winstpercentages op het werk berekenen waar beursgenoteerde bedrijven alleen maar van dromen, zullen we het niet hebben over de musea die riskant werk alleen aankopen als er een publiciteitsstunt in zit… Ach, ik wil maar zeggen: de lichtperverse geest die het thema bedacht voor deze tentoonstelling had het prima begrepen: emigreren, ja, dat zou de kunstbroeders en -zusters wel aanspreken, ech wel. Als jullie mij waren, waren wij al gegaan. Das Glück liegt immers immer um die nächste Ecke… zo blijf je in beweging, uitstekend middel tegen overgewicht en je komt nog eens ergens. Ja, beweging, het zal. Maar we weten natuurlijk al lang dat verandering die de enige constante in het artistieke scheppingsproces is of dat je als kunstenaar er goed aan doet om worden en zijn als synoniemen op te vatten want als je iets in beweging wil zetten moet je zelf ook in beweging blijven, nou mooi gezegd, maar vooral geldt: don’t tell show me. En dat is hier nou net aan de hand want iedereen kan met eigen ogen ook wel zien dat deze tentoonstelling ronduit baanbrekend is.
Stelt u zich voor: we staan hier vlakbij Nederlandste stukje Nederland van de hele wereld, nergens vind je het Nederlandser. En dan ook nog Nederlandst op zijn smalst. Hier waren de tijdgeesten van vroeger nog rond die niet zo veel op hadden met moderniteiten, laat staan met Moderne Kunst. Hier staan de boerderieën van de boer’n die echt niet vraten wat ze niet kenden. En wat ze niet kenden, dat waren de stadse fratsen van klaplopers die een drol op een plankje spijkerden en daar geld voor vroegen. Kunst, mine ôwe oma dieje kon borduren, dâ was pas knap, nie?
En uitgerekend in het hol van deze leeuw exposeren twaalf kunstenaars hun werk. Je moet maar durven. Petje af. Maar… dit openluchtmuseum staat niet voor niets op nummer 1 in de museum toptienverkiezingen want aan die kant was het even moedig is om er vol in te gaan en meteen maar een hele kolonie kunstenaars in je oer-oudhollandse tent uit nodigen. Pet af, want het hele terrein zindert nu
van vogelhuisjes die van een andere planeet lijken ingevlogen,
van een wegwijzer naar een onbekend maar wel zelfgekozen middelpunt van de wereld,
van een wandelende muziekkoffer die je geliefde, dood of levend, kan bevatten,
van zuipen en te hard rijden in een Pools landdagvakantiehuisje,
van een koninginnedagkastje met de kroning tot Delfts blauw verkleurd,
van de vrolijkste overwinningspoort ooit opgericht voor vrije gasten,
van waternaakten die zichzelf of elkaar hebben volgeschreven,
van oplichtende bruine mensen in witte volkstuinen,
van spokende opa’s in tropische pyjamapakken,
van een halsketting die zijn geluk niet op kan,
van onhollandse vergezichten op oerhollandse bordjes, mét geneeskrachtige werking,
van manshoge asperges die lillend van lust worden opgediend.
Ja, van alle partijen is moed gevraagd en als je toch een term wilt gebruiken voor deze expositie dan eentje die het in Arnhem de laatste tijd nogal goed doet: dat is pas echt… grandeur.
Heb ik daarom nog één dingetje: ik ben ouder dan veertig en toen ik door het openluchtmuseum wandelde, kwam ik tot een onthutsende ontdekking dat al minstens drie episodes van mijn eigen verleden tot geschiedenis zijn gebombardeerd. De vijftiger jaren, de zestiger jaren én de zeventiger jaren. Daar zijn de dingen en de daden uit mijn jeugd al tentoongesteld als geschiedenismateriaal. De commode die ik ooit heb volgescheten is hier een duurbetaald collector’s item terwijl het ding nog stinkt als de hel. De wijkzuster die me op tbc controleerde, staat ook in de collectie. Dat singletje van The Animals waarop ik toch nog niet zo heel lang geleden met buurmeisjes aan het slijpen was, is ineens een monument van een tijdsbeeld geworden. En ik had The house of the rising sun nog niet eens overgezet naar mijn iPod. Voordat je het in de gaten hebt of eraan toe bent, zijn je persoonlijke herinneringen al ingelijfd door de officiële geschiedschrijving! En ik ben nog niet eens dood, zo snel gaat dat. Dat is de confronterende eyeopener van dit museum en die lijn moet dan ook worden voortgezet.
Daarom heb ik een voorstel: nu ze er tóch staan, al die kunstwerken, lijkt het mij een fantastisch idee dat ze door het Openluchtmuseum worden aangekocht. En dan niet voor een Hollandse grijpstuiver maar voor een moderne prijs die past bij moderne kunst. Dan slaan we een hele zwerm vliegen in een klap. De bijbehorende kunstenaars zullen zich nog wel eens achter de oren krabben over emigratieplannen en blijven ze behouden voor stad en provincie. Het museum heeft er in een collectie bij en alleen al doordat ze hier staan gaat al dat werk binnen een paar jaar automatisch deel uitmaken van het culturele erfgoed van Nederland. Dus kunnen we elkaar hier over pakweg 25 jaar nóg eens treffen. Dan kun je namelijk deze zelfde tentoonstelling wéér openen. En dán zullen de mensen zeggen: Kijk, dat is nou kunst uit het begin van deze eeuw, hoe ze dat toen deden, dat was pas knap niet,?
Ik wens u een prettige verblijf in de museum. Ik zeg geen hello geen goodbye maar auf wiedersehen.

handtekeningjactoes

 

Share this page with your: