Jac. Toes vs het Letterenfonds - de uitslag
23 juli 2010
Enige tijd geleden heb ik bericht over het proces dat ik had aangespannen tegen het Nederlands Letterenfonds. Inzet: een eind maken aan de discriminatie van misdaadauteurs bij het verkrijgen van een beurs. Middel: een proefproces waarin de rechtbank op grond van een aantal bezwaren heb gevraagd om mijn beursaanvraag over te laten doen door het Letterenfonds maar dan met
1- heldere en controleerbaar toegepaste beoordelingscriteria en
2- door onbevooroordeelde deskundigen op het terrein misdaadliteratuur.
Inmiddels is er een uitspraak:
De rechtbank in Arnhem heeft mij op alle punten in het ongelijk gesteld. Tamelijk onverwacht toch, temeer omdat tijdens de rechtszitting de rechtbank zich uiterst kritisch opstelde tegen de huisjuriste van het Letterenfonds.
Wie het vonnis leest, zal kunnen constateren dat deze rechtbank haar vingers niet heeft willen branden aan inhoudelijke vragen. Ze heeft zich daarin strikt formeel opgesteld en heeft zich verre gehouden van alles wat naar een literaire kwestie riekt. Voorts heeft ze de bezwaren van procedurele aard ongegrond verklaard. Ik noem enkele in het oog springende zaken:
– De contra-expertise van literatuurwetenschapper Gert Jan de Vries is als een minderheidsstandpunt terzijde geschoven;
– de weigering van het Letterenfonds om tijdens de interne bezwaarprocedure inhoudelijk in te gaan op mijn tegenargumenten werd goedgekeurd;
– de bezwaren tegen het weinig transparante en willekeurige karakter van de beoordelingscriteria vonden geen gehoor;
– de vraagtekens bij de (schijn van) belangenverstrengeling van twee beoordelaars werden weggepoetst.
– de ingeschakelde beoordelaars hoeven van de rechtbank niet te beschikken over deskundigheid op het gebied misdaadliteratuur;
– de oorspronkelijke leesadviezen hoeft het Letterenfonds niet openbaar te maken;
– de discriminatie van misdaadromanciers is niet meegenomen door de rechtbank
Kortom: het Letterenfonds kan voorlopig zijn elitair-literaire koers vervolgen. Een teleurstellende uitspraak, temeer omdat er rechtbanken zijn die zich wel op het terrein van de inhoud hebben begeven. Onlangs kreeg bijvoorbeeld Willem Breuker van de Amsterdamse bestuursrechter op inhoudelijke gronden gelijk toen hij een subsidieweigering aanvocht. Op korte termijn overleg ik met mijn advocaat Ruud Vos en het moet raar lopen, willen we niet in beroep gaan bij de Raad van State.

