Zandkorrel
18 februari 2008
Onlangs zag ik in een special van de Boeddhistische Omroep de merkwaardigste Arnhemmer die ik ooit heb ontmoet. Ik leerde hem kennen onder de naam Si Fu Meijers, maar tegenwoordig gaat hij als prins Ganjuuryn Dschero Khan door het leven…
...In zijn geboorteland Mongolië is namelijk ontdekt dat hij een rechtstreekse afstammeling van de wereldveroveraar Djengis Kahn is. Oudere Chinezen herinneren zich misschien nog zijn schuilnaam, Chen Tao Tze. Die gebruikte hij toen hij als peuter met een Taoïstische monnik Mongolië ontvluchtte, uit vrees voor de toenmalige regering die in zijn familie een bedreiging van de macht zag. Via Sjanghai kwam hij terecht in Nederlands-Indië waar een Nederlandse KNIL-militair hem adopteerde. Bij de burgerlijke stand daar werd hij ingeschreven als Gerard Karel Meijers. Misschien wat gewoontjes, maar de bijnamen die hij later kreeg, liegen er niet om: de Onoverwinnelijke alias de Tijger van Taiwan.
‘Ik ben slechts een zandkorrel in de woestijn,’ luidde zijn lijfspreuk, maar wel een zandkorrel die niet opkeek van een zandstorm meer of minder. Zijn levensloop was al net zo schilderachtig als zijn namen. Hij vocht in vier oorlogen: tegen de Japanners in WOII, tijdens de politionele acties tegen de Indonesische vrijheidsstrijders, met de Nederlandse troepen tegen Noord-Korea en ten slotte aan de zijde van de Amerikanen in Vietnam. Si Fu moet tegen tachtig lopen, maar hij straalt nog steeds die leeftijdloze kracht uit die een geboren krijger van hem maakt.
In de Boeddhistische uitzending was hij wel wat milder geworden, getuige uitspraken als: ‘Achter elk kwaad schuilt het goede en achter al het goede staat ook het kwaad.’
In 1972 meldde ik me bij hem in een impuls om mij weerbaarder te maken na een akkevietje met vetkuiven die de pest hadden aan hippies en lang haar. Volgens een Duitse biograaf had Si Fu toen al 200 tegenstanders in zogeheten nabijgevechten gedood. Anderzijds was hij ook op handen en voeten van Velp naar het verzorgingshuis voor militairen Bronbeek gekropen om de wereldvrede de helpende hand toe te steken.
In Arnhem was hij neergestreken om o.a. het pooierdom onschadelijk te maken. In die tijd woedde een felle strijd om de hegemonie over het beruchte Spijkerkwartier. Regelmatig beschoten de heren gangsters elkaar met jachtgeweren, dekking zoekend achter de geparkeerde auto’s. Hun werkneemsters zaten toen nog verspreid over de hele wijk achter de ramen, van de Boulevard Heuvelink tot de Steenstraat en van de binnensingels tot de spoorlijn naar Duitsland. Een behoorlijk stukje stad waar het wel loonde om er de ongekroonde koning te zijn. Si Fu’s antwoord op dat geweld: een Kempo vechtsportschool waar hij de strijdende partijen les gaf in agressiebeheersing en respect voor de tegenstander.
Het moet gezegd, hij had daar ook het gezag voor want hij was een meester in vele wapens. Ooit stonden we braaf in de dojo onze kumite’s te oefenen, toen plotseling de shuriken ons om de oren vlogen. Stalen stervormige werpwapens die als cirkelzaagjes door de lucht flitsten.
‘Ja, jongens, met kempo houd je geen kogels tegen!’ grijnsde hij naar onze verbouwereerde gezichten, gevolgd door zijn standaardbezwering: ‘Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht!’
Die wijsheid was er nog niet helemaal toen in 1969 Het Vrije Volk een badinerend artikel publiceerde over Si Fu’s capaciteit om met de blote vuist bakstenen doormidden te slaan. Si Fu pikte dat niet en eiste rectificatie. Dat weigerde de hoofdredacteur: onafhankelijke journalistiek stond hoog in het vaandel. Si Fu liet het er niet bij zitten. Hij huurde een bulldozer bij bouwbedrijf Heijting en reed naar het Gele Rijdersplein. Daar nam hij de aanvalspositie in, gaf gas en denderde dwars door de voorpui de krant binnen. Halverwege de garderobe kwam hij tot stilstand. De in het pand aanwezige journalisten vluchtten alle kanten op.
Si Fu stapte uit, bekeek de aangerichte verwoestingen en zal ongetwijfeld hebben geconstateerd dat hij daarvoor met de blote vuist meer tijd nodig had gehad. Voor deze unieke lezersreactie is hij nog tot een gevangenisstrafje veroordeeld, maar niemand heeft ooit de moeite genomen om hem eraan te herinneren die uit te zitten.
Als verzoeningsgebaar heeft hij tijdens een officiële bijeenkomst de redactie een eigen gefabriceerd kunstwerk cadeau gedaan. Het heeft jaren in de – geheel vernieuwde! – hal gehangen.
Kwam er toch iets goeds achter de kwaadheid te voorschijn.

