Verwarde verdachte, verwarrend dossier

‘Doodziek word ik hiervan!’
Er barst een bommetje in de rechtszaal. Politierechter Quak heeft het he-le-maal gehad met het Openbaar Ministerie. Om precies te zijn: met de digitaal aangeleverde dossiers! Ze zijn óf onvolledig, óf juist vervuild met stukken die er niet in thuishoren.
In het dossier van deze verdachte, de 71-jarige mevrouw D., ontbreken ten eerste twee schadeclaims van een benadeelde partij, bij elkaar zo’n 850 euro. Maar veel erger; ook het psychologisch rapport is nergens te vinden. Merkwaardig genoeg heeft de officier van justitie die stukken wél voor zich liggen. Dus moet er meermalen een bode opdraven om kopieën te maken.
‘Ik verlang heel erg terug naar het papieren tijdperk!’ verzucht de rechter want juist in deze delicate zaak kan hij die chaos er niet bij hebben.
Het gaat namelijk helemaal niet goed met mevrouw D. Ten eerste wordt er een beginnende dementie vermoed. Bovendien zit ze nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling voor winkeldiefstal. En daarna is ze twee maal met een flinke hoeveelheid potloden, ballpoints en kleurstiften in haar rolkoffertje uit een Oosterbeekse kantoorboekhandel gewandeld. Zonder te betalen.
‘Die spulletjes waren voor een weeshuis in Vietnam,’ zegt ze. ‘Maar ik had ze echt gekocht bij de Wibra en de Action… er was nog een bonnetje.’
Ze raakt de draad al tijdens dit leugentje om bestwil kwijt. De rechter gaat discreet over op haar persoonlijke omstandigheden. Een van haar zoons is gestorven en de ander woont in Vietnam. Met hem heeft ze skypecontact maar mondjesmaat. Om hem niet te ongerust te maken. Haar man is terminaal en zij is mantelzorger.
‘Hoe lang heeft hij?’ vraagt de rechter.
‘Weken,’ zegt ze aarzelend. ‘Misschien maanden.’
Eigenlijk groeien haar de zorgen ver boven haar hoofd.
‘Gaat u eens met de huisarts praten,’ raadt de rechter aan. ‘Vergelijkt u het met een noodsituatie in het vliegtuig: als de zuurstofkapjes uit het plafond vallen, moet je eerst voor je zelf zorgen, dan pas voor anderen.’
Ondertussen leest hij in het psychologisch rapport dat mevrouw van nog een dérde feit wordt verdacht, een oplichtingszaakje. Maar die ontbreekt in de tenlastelegging!
‘Mevrouw, u heeft wellicht een geheugenprobleem,’ zegt hij. ‘Maar het parket van de officier ook. Onaanvaardbaar!’
De advocaat van mevrouw D. pleit daarom voor uitstel van deze zaak.
‘Te belastend voor mevrouw,’ oordeelt de rechter en hij geeft de openbare aanklager het woord.
Deze eist een jaar verlenging van de eerder opgelegde proeftijd en een nieuwe voorwaardelijke taakstraf van 40 uur, plus twee jaar proeftijd.
Mevrouws advocaat sluit zich met opvallend gemak helemaal bij hem aan.
De rechter oordeelt echter veel milder: ‘Schuldigverklaring zonder strafoplegging op grond van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Maar u moet wel hulp zoeken.’
Als stok achter de deur verlengt hij de eerste proeftijd met één jaar. Ook met de schadeclaims van de winkel maakt hij korte metten.
‘De cijfers zijn niet onderbouwd,’ stelt hij vast. ‘En in de processen-verbaal lees ik andere getallen. Het lijkt een zelfopgelegde boete.’

Jac. Toes © 2016

Share this page with your: